Als onderdeel van het transformatieplan is de Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland per 1 september gestart met verlengde triage. Dit is een zorgvuldig proces waarvoor een verpleegkundig centralist aanvullend is opgeleid.
Voor de verlengde triage gebruiken we naast het softwareprogramma ProQA, het systeem ECNS. ProQA is gebaseerd op het medische noodprotocol AMPDS (Advanced Medical Priority Dispatch System). ECNS staat voor Emergency Communication Nurse System.
Na een 112 melding starten we met triage via ProQA. Vanuit hier bepalen we de urgentie. Bij geen A0 of tijdskritische A1-indicatie kunnen we vanaf 1 september 2026 gebruik maken van ECNS.
In deze animatie geven we uitleg over ECNS:
Wanneer is verlengde triage mogelijk?
ECNS-triage kan niet bij alle meldingen toegepast worden. Verlengde triage is alleen geschikt:
- als er geen sprake is van een A0-urgentie of een andere duidelijke tijdskritische A1-indicatie voor de inzet van een ambulance;
- als er een goede kans bestaat dat andere zorg meer passend is dan ambulancezorg én er geen aanwijzingen zijn dat verlengd uitvragen risico’s oplevert voor de patiënt.
Wat betekent verlengde triage voor ketenpartners?
Verlengde triage kan resulteren in de volgende uitkomsten:
C1-urgentie: De melder wordt warm doorverbonden:
Soms volgt uit de verlengde triage een C1-urgentie. Dat betekent dat de verpleegkundig centralist de melder warm doorverbindt naar bijvoorbeeld de wijkverpleegkundige, een huisarts of de GGZ.
C2-urgentie: De melder krijgt een zelfzorgadvies:
Waar we voorheen de melder adviseerden om de huisarts te bellen, kan de verpleegkundig centralist nu een heel gericht zelfzorgadvies geven, omdat er door de verlengde triage een beter beeld bestaat van de situatie. Dit advies is gebaseerd op basis van 200 protocollen, die geborgd zijn in het systeem ECNS.
A2-urgentie: Er volgt alsnog een ambulance inzet.
In sommige gevallen wijst de verlengde triage uit dat inzet van een ambulance het meest passend is en wordt er alsnog een ambulance naar de melder gestuurd.
Een casus uit de praktijk
Een jonge vrouw met een cardiale voorgeschiedenis belt 112. Haar hulpvraag komt op basis van ProQA uit op een niet-levensbedreigende en niet-urgente situatie. De melding wordt door de verpleegkundig centralist doorgezet naar de ECN-centralist. Deze stelt aanvullende vragen aan de jonge vrouw. Hieruit blijkt dat ze al langere tijd hartpatiënt is en dat zij haar cardiologiepoli niet kan bereiken. Doordat de ECNS-centralist meer tijd kan nemen voor de triage, kan de vrouw direct geholpen worden. Ze wordt door de centralist direct doorverbonden naar de poli, waar ze de zorg krijgt die op dit moment bij haar past. Hiermee is een huisartsconsult en een ambulanceconsult voorkomen.”
Een reactie van de ECN-centralist: “ECNS is niet alleen een manier om ambulance-inzetten te voorkomen, maar vooral een instrument om de juiste zorg op het juiste moment op de juiste plek te organiseren. Het vraagt van de centralist dat hij of zij verder kijkt dan alleen het resultaat van ProQA. Door goed te luisteren, door te vragen, de antwoorden in samenhang te beoordelen en de context van de patiënt mee te nemen, kan een eerste inschatting worden bevestigd, bijgesteld of volledig veranderd. ECNS maakt daarmee ruimte voor professionele triage: niet alleen kijken naar de vraag waarmee iemand belt, maar vooral achterhalen welke zorg deze patiënt daadwerkelijk nodig heeft.”