Met publieksacademies biedt de Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland een uniek kijkje achter de schermen. Tijdens de tweede editie stond centraal wat er gebeurt na een reanimatiemelding: welke hulp wordt ingezet en welk rol spelen verpleegkundig centralisten, ambulanceprofessionals op de ambulance en burgerhulpverleners daarin. We kijken met trots terug op deze informatieve avond waar ruim 80 belangstellenden bij aanwezig waren, konden luisteren, maar ook uitgebreid hun vragen konden stellen.
De avond begon na het welkom door Hendina de Jong, hoofd van de meldkamer ambulancezorg, met een indrukwekkend optreden van Hiske Oosterwijk. Zij vertolkt in de voorstelling ‘En ik dan?’ van Pier21 de rol van Floor, een verpleegkundig centralist is. Om haar rol waarheidsgetrouw te kunnen spelen, mocht ze diensten op de meldkamer ambulancezorg meedraaien. “Ik vond het heel indrukwekkend hoe kalmte en spanning daar samenkomen,” vertelt ze. “Het meedraaien heeft me echt geholpen om mijn rol goed te kunnen spelen.”
Elke seconde telt
Gespreksleider Kirsten van Santen noemt de voorstelling van Pier21 ‘verbluffend’ en richtte zich daarna tot de meldkamercentralisten. “Iemand belt in paniek. Hoe begin je zo’n gesprek?” “Het eerste wat we doen, is tijd winnen,” legt aannamecentralist Katrin uit. “We vragen als eerste het adres en sturen meteen een ambulance op pad. De eerste vraag die ik stel is: Wat is de plaats van het noodgeval? Rust brengt rust, weet ze uit ervaring. Soms helpt het ook om even stil te zijn, zodat mensen aan de andere kant weer kunnen luisteren.”
Elke melding vraagt om een nauwe samenwerking tussen de aannamecentralist, de uitgiftecentralist en het team op de ambulance. De aannamecentralist voert het gesprek met de melder, terwijl de uitgiftecentralist de hulpverlening coördineert. “De uitdaging is om op iedere locatie zo snel mogelijk de juiste hulp te krijgen,” vertelt Inge. “Ik moet daarbij ook zorgen dat het verzorgingsgebied goed gedekt blijft. Zodra we weten dat het om een reanimatie gaat, sturen we een tweede ambulance en de politie naar de juiste plek. Ook de burgerhulpverlening wordt gealarmeerd. Zij zijn heel belangrijk, omdat elke seconde telt.”
Samenwerken met burgerhulpverleners
Eén van de panelleden, een burgerhulpverlener Bart Nijholt uit Appelscha, vertelt hoe belangrijk snelle actie is. “De tijd tussen het stoppen van het hart en het starten van de reanimatie moet zo kort mogelijk zijn. Wij zijn er vaak sneller dan de ambulance, maar hebben geen voorrang in het verkeer. Veiligheid staat altijd voorop. De taken tussen burgerhulpverleners worden verdeeld. De een gaat direct naar de patiënt en begint met reanimeren, de ander haalt de AED.
Ambulanceverpleegkundige Remco vult aan. “Wanneer ik bij een reanimatiemelding kom, hoop ik dat politie of een burgerhulpverlener al gestart is met reanimeren. Als ik ergens kom let ik altijd op de ruimte, het aantal mensen en de familie. En ik heb essentiële informatie nodig zoals: wat er is gebeurd en hoe lang er al hartmassage is gegeven. “
Van burgerhulpverlener tot patiënt
Burgerhulpverlener Bart weet als geen ander hoe belangrijk snelle hulp is in acute situaties. Drie maanden geleden werd hij zelf gereanimeerd. “Ik voelde me plotseling heel moe en belde de huisarts. Die kwam direct bij me en belde de ambulance. Ze hadden snel door wat er aan de hand was. In de ambulance kreeg ik een schok. Dat ik hier zit, is dankzij die snelle hulp. “
Bij zijn melding kwamen destijds geen burgerhulpverleners, maar hij benadrukt hun belang nogmaals. “Door de coronapandemie zijn veel burgerhulpverleners gestopt”, zegt hij. “Opleidingen en herhalingscursussen vielen stil, waardoor mensen niet meer gecertificeerd zijn. Dat maakt het systeem van burgerhulpverleners kwetsbaar.”
Nazorg
Ook over de emotionele impact na een reanimatiemelding werd gesproken tijdens deze publieksacademie. Na heftige inzetten krijgen ambulanceprofessionals altijd nazorg. “We worden dan gebeld door een collega van het bedrijfsopvangteam”, vertelt Inge. “Vooral inzetten met kinderen blijven mij bij. Ook burgerhulpverleners wordt nazorg geboden. “Mijn advies is praat erover. Praat het van je af”, vult Bart aan.
Gespreksleider Kirsten sloot de avond af met een treffende observatie. “Jullie vallen als hulpverleners op de meldkamer steeds midden in iemands verhaal. Al snel na een melding heb je weer een volgend telefoontje of een andere inzet. Dat vind ik echt heel indrukwekkend.”